LED dimmer inbouwen: stappenplan voor 2 of 3 draden
In dit artikel
- Dit moet je weten voordat je begint
- Stap 1. Maak de groep spanningsvrij
- Stap 2. Haal de oude schakelaar eruit
- Stap 3. Sluit de draden aan op de dimmer
- Stap 4. Zet de dimmer in de inbouwdoos
- Stap 5. Stel de dimmer af en test hem
- LED verlichting aansluiten op je dimmer: lampen en trafo’s
- Problemen na het inbouwen van de dimmer oplossen
- Aan de slag met je dimmer
Wil je zelf een LED dimmer inbouwen? Zet dan eerst de groep uit en controleer met een spanningzoeker dat er geen spanning meer op staat. Haal de oude schakelaar eruit, sluit de bruine fasedraad aan op de L van de dimmer en de zwarte schakeldraad op de aansluiting met het golfje en het pijltje. Heb je 3 draden (wisselschakeling), dan komt de tweede schakeldraad op de tweede golfaansluiting. Monteer de dimmer, zet de stroom weer aan, stel de laagste stand af en test het hele dimbereik. Het belangrijkste is dat de dimmer past bij je lampen: dimbare LED-lampen, de juiste dimtechniek en niet te veel vermogen.
Toch gaat het bij veel mensen mis, en meestal niet bij het vastdraaien van de draden. De lampen knipperen op de laagste stand, de dimmer bromt, of er zitten meer draden in de doos dan in de handleiding staan. De oorzaak is bijna altijd een combinatie die niet klopt: een niet-dimbare lamp, de verkeerde dimtechniek of een te lage belasting. Dan helpt het niet om de draden nog eens om te wisselen.
In dit artikel loop je in vijf stappen door de klus, van het controleren van je lampen tot het afstellen en afdekken. Je leest hoe je een LED dimmer aansluit met 2 draden en met 3 draden, wat je doet bij 4 draden en hoe je storingen oplost. De tips komen uit de praktijk van een webshop die sinds 2011 LED-verlichting en dimmers verkoopt. Heb je geen ervaring met elektra of twijfel je onderweg, laat het dan door een erkend installateur doen.
Dit moet je weten voordat je begint
Een LED dimmer inbouwen gaat goed als drie dingen kloppen: je lampen zijn dimbaar, de dimmer gebruikt de juiste dimtechniek en de totale belasting past binnen het vermogen van de dimmer. Controleer dit aan de keukentafel, niet pas als de oude schakelaar al los hangt.
Controleer of je lampen dimbaar zijn
Niet elke LED-lamp is dimbaar. Zoek op de verpakking of op de lamp zelf naar dimbaar of dimmable. Staat dat er niet, ga er dan van uit dat de lamp niet dimbaar is. Zo’n lamp knippert op een dimmer, laat een zoemend geluid horen of kan beschadigd raken.
Bij lampen met een aparte trafo of driver geldt dezelfde regel voor die driver. Een dimbare spot op een niet-dimbare driver blijft een niet-dimbare combinatie. Lees dus ook de specificaties van de trafo of driver. Noteer meteen welke dimtechniek de fabrikant adviseert en wat de powerfactor is, want die twee gegevens heb je hieronder nodig.
Kies fase-afsnijding of fase-aansnijding
Voor de meeste dimbare LED-lampen kies je een dimmer met fase-afsnijding. Fase-aansnijding is bedoeld voor gloeilampen, halogeenlampen en wikkeltrafo’s. Bij LED werkt die techniek alleen als de dimmer dat uitdrukkelijk vermeldt. Je herkent het type vaak aan de letters op de dimmer.
| Kenmerk | Fase-afsnijding | Fase-aansnijding |
|---|---|---|
| Letters op de dimmer | RC | RL |
| Geschikt voor | De meeste dimbare LED-lampen en LED-drivers, elektronische trafo’s | Gloei- en halogeenlampen, wikkeltrafo’s. LED alleen als de dimmer dat vermeldt |
| Gedrag bij LED | Rustig en stil, meestal een ruim dimbereik | Vaker brommen, vaak een kleiner dimbereik |
Een universele dimmer (vaak RLC genoemd) kan beide technieken aan. Dat is handig als je lampen van verschillende merken of een onbekende driver hebt. Twijfel je? Kies fase-afsnijding of een universele dimmer.
Kies de dimmer op basis van je lamp, niet andersom.
Reken uit hoeveel lampen je kunt aansluiten
Het aantal lampen bereken je met één formule: maximaal vermogen van de dimmer × powerfactor ÷ wattage per lamp. Trek daar ongeveer 10 procent van af als marge en rond naar beneden af. De powerfactor staat in de specificaties van de lamp. Weet je hem niet, reken dan voorzichtig met 0,5.
Een voorbeeld: je hebt GU10-spots van 5 W en een dimmer van 150 W.
| Powerfactor | Maximaal aantal spots | Met 10% marge |
|---|---|---|
| 0,5 | 15 | 13 |
| 0,7 | 21 | 18 |
| 0,9 | 27 | 24 |
Heb je 8 spots met powerfactor 0,5, dan is de belasting 40 W en blijf je ruim onder de 13. Kijk ook naar de minimale belasting. Veel dimmers hebben een ondergrens en gaan bij een te lage belasting bromen. Bij de Oslo LED dimmer hieronder ligt de ondergrens op 0,5 W.
Dimmers om uit te kiezen
Bij Letsleds vind je onder meer deze inbouwdimmers. Klik op een dimmer voor de actuele prijs en alle specificaties.
| Dimmer | Dimtechniek | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Oslo LED dimmer universeel (met wisselschakeling) | Fase-aansnijding en fase-afsnijding | 0,5 tot 150 W LED, druk/draaiknop, geheugenfunctie, werkt met wisselschakeling |
| Nero LED dimmer universeel | Universeel | Er is een compleet en een wisselschakelingmodel |
| LED dimmer fase afsnijding (hotel-wisselschakeling) | Fase-afsnijding | Voor hotel- of wisselschakeling |
| LED DUO dimmer fase afsnijding | Fase-afsnijding | Zie productpagina |
| Wifi LED dimmer universeel | Fase-af- en aansnijding | Bediening via wifi |
| Dimmer universeel LED Milaan (compleet) wit | Universeel | Wit, compleet |
Stap 1. Maak de groep spanningsvrij
Zet de groep uit in de meterkast en meet daarna na met een spanningzoeker, want veilig werken begint met spanningsvrij maken. Een dimmer vervangt een schakelaar op 230 volt. Het vervangen van een schakelaar door een dimmer in een bestaande groep doen veel mensen zelf, maar het blijft elektra.
Zet de juiste groep uit en controleer
Zet de lamp aan en schakel in de meterkast groepen uit tot het licht dooft. Plak een briefje op de groep, zodat niemand hem per ongeluk weer inschakelt. Let op: door de doos kunnen meerdere groepen lopen, bijvoorbeeld bij een dubbele schakelaar of een stopcontact eronder. Zet die dan ook uit.
Houd de spanningzoeker daarna tegen de contacten van de schakelaar en de draden in de doos. Het lampje mag niet branden. Test de spanningzoeker eerst op een stopcontact dat wel onder spanning staat, zodat je weet dat hij werkt.
Wat je nodig hebt
- De nieuwe dimmer en een passend afdekraam
- Een spanningzoeker
- Kleine platte en kruiskop schroevendraaiers, liefst geïsoleerd
- Een zijkniptang of striptang
- Isolatietape en een stift om draden te markeren
- Eventueel een lasklem voor extra draden
- Je telefoon voor een foto van de oude situatie
Vertrouw niet op de groepenkast alleen: meet altijd zelf na dat er geen spanning meer op staat.
Twijfel je welke verlichting bij jouw ruimte past?
Onze lichtspecialisten stellen gratis en vrijblijvend een lichtplan voor je op.
Stap 2. Haal de oude schakelaar eruit
Verwijder knop, afdekraam en schakelaar, maak een foto van de bedrading en bepaal dan hoeveel draden er in de doos zitten. Dat aantal bepaalt hoe je de LED dimmer inbouwt.
Demonteer de schakelaar
- Trek de bedieningsknop eraf of haal het kapje weg. Bij moderne schakelaars zit de afdekkap vast aan het binnenwerk, bij oudere zit hij met schroefjes vast.
- Draai het afdekraam los of klik het weg.
- Draai de bevestigingsschroeven los en trek de schakelaar voorzichtig uit de doos.
- Maak een foto van de aansluitingen voordat je een draad loslaat.
- Draai de klemschroeven los en haal de draden uit de schakelaar.
Controleer of je een inbouw- of een opbouwschakelaar vervangt. Je hebt dan ook een inbouw- of opbouwdimmer nodig.
Herken je draden
De kleur van een draad vertelt wat hij doet. In een recente installatie gelden deze kleuren:
| Kleur | Betekenis | Op de dimmer? |
|---|---|---|
| Bruin | Fasedraad (stroomtoevoer) | Ja, op de L |
| Zwart | Schakeldraad (naar de lamp) | Ja, op het golfje met pijl |
| Blauw | Nuldraad | Nee |
| Geel/groen | Aarde | Nee |
In oudere installaties kunnen de kleuren afwijken, bijvoorbeeld groen als fase, rood als nul en grijs als aarde. Vertrouw daarom niet blind op kleur. Zit er een draad bij die je niet kunt thuisbrengen, stop dan. Markeer elke draad met tape en een letter en laat het dan beoordelen door een installateur.
Een foto van de oude situatie kost tien seconden en voorkomt een uur zoeken.
Stap 3. Sluit de draden aan op de dimmer
De bruine fasedraad gaat op de L van de dimmer, de schakeldraad of schakeldraden gaan op de aansluitingen met het golfje en het pijltje. Het aantal draden in je doos bepaalt welke variant je nodig hebt. De symbolen kunnen per merk verschillen, dus volg altijd de handleiding van jouw dimmer.
| Situatie | Bruine fasedraad | Schakeldraad of schakeldraden | Niet aansluiten |
|---|---|---|---|
| 2 draden, enkele schakeling | L | Zwarte draad op golfje met pijl | Blauw en geel/groen |
| 3 draden, wisselschakeling | L | Beide schakeldraden op de twee golfaansluitingen | Blauw en geel/groen |
LED dimmer aansluiten met 2 draden
Met 2 draden is de klus het eenvoudigst. Je hebt de fasedraad en de schakeldraad, en je vervangt een gewone enkelpolige schakelaar.
- Strip de draadeinden zo ver als de handleiding aangeeft, vaak ongeveer 8 tot 10 mm. Knip te lange draden bij met een zijkniptang.
- Steek de bruine draad in de aansluiting met de L en draai de schroef aan.
- Steek de zwarte draad in de aansluiting met het golfje en het pijltje en draai die schroef aan.
- Trek zachtjes aan beide draden. Zit alles vast, dan is de aansluiting goed.
- Laat een aansluiting zonder functie, zoals een X, leeg.
LED dimmer aansluiten met 3 draden
Bij 3 draden werkt de dimmer in een wissel- of hotelschakeling: twee schakelaars bedienen samen één lichtpunt. De dimmer vervangt één van die twee schakelaars, de ander blijft een gewone wisselschakelaar. De fasedraad komt maar in één van de twee dozen binnen. Plaats de dimmer dus op de plek waar je de bruine fasedraad vindt.
Sluit de fasedraad aan op de L en de twee schakeldraden op de twee golfaansluitingen. Ze zijn vaak allebei zwart, soms zit er een andere kleur tussen. De volgorde van die twee draden maakt bij de meeste dimmers niet uit, maar de handleiding is leidend. Twee dimmers in één hotelschakeling werken niet. Een kruisschakeling met drie of meer schakelplekken ook niet, tenzij je een dimmer met aparte nevenunit gebruikt. Laat dat over aan een installateur.
Vier draden of andere kleuren
Zitten er vier draden in de doos, dan heb je meestal een extra fasedraad of schakeldraad. Bijvoorbeeld omdat er een stopcontact onder de schakelaar zit dat stroom doorkrijgt. Heb je twee bruine draden, dan verbind je ze met een lasklem en sluit je één korte bruine draad aan op de L. Heb je twee zwarte draden voor twee lichtpunten, dan verbind je die op dezelfde manier.
Stop als je niet kunt uitleggen waar elke draad naartoe gaat. Een stopcontact dat uitvalt na het inbouwen betekent bijna altijd dat een doorgelust draad niet goed is aangesloten. Sluit nooit twee draden in één klem als de klem daarvoor niet bedoeld is.
Heb je 2 draden, dan is het L plus golfje. Bij 3 draden komt er een tweede golfje bij. Alles daarbuiten is een signaal om extra te controleren.
Stap 4. Zet de dimmer in de inbouwdoos
Plaats de dimmer in de doos, draai hem vast en zorg dat de draden netjes achter de dimmer liggen. Een dimmer is dieper dan een gewone schakelaar, dus controleer eerst of er genoeg ruimte is. Kijk in de specificaties van de dimmer naar de inbouwdiepte.
Leg de draden weg en bevestig de dimmer
Vouw de draden in een zachte zigzag achter de dimmer weg. Zo klemmen ze niet en kun je de dimmer later weer uitnemen. Zorg dat er geen blank koper buiten de klemmen zichtbaar is. Schuif de dimmer recht in de doos en bevestig hem met de schroeven of het kliksysteem, afhankelijk van het model.
Past de dimmer moeilijk? Forceer hem dan niet. Haal de dimmer eruit, controleer of de draden niet te lang zijn en knip ze zo nodig iets in. Bij een te ondiepe doos is een diepere inbouwdoos de oplossing.
Controleer voordat je de stroom aanzet
- Zitten alle schroeven in de klemmen vast en trek je er zachtjes aan zonder dat er iets loskomt?
- Ligt er nergens een draad onder de dimmer geklemd?
- Staan alle gereedschappen en restanten uit de doos?
- Zit de dimmer recht en stevig vast?
Het afdekraam en de knop laat je nog even weg. Bij veel dimmers zit de afstelschroef daar net onder, en je wilt er straks bij kunnen.
Een dimmer die moeilijk in de doos gaat, forceer je niet: eerst de draden bijwerken, dan pas vastzetten.
Stap 5. Stel de dimmer af en test hem
Zet de groep weer aan, stel de minimale stand af zodat de lampen op de laagste stand stabiel branden, en test dan het hele bereik. Deze afstelling hoef je maar één keer te doen, zolang je dezelfde lampen gebruikt.
Stroom aan en MIN afstellen
- Zet de groep in de meterkast weer aan.
- Zet de lampen aan. Bij een dimmer met druk/draaiknop druk je op de knop voor aan en uit en draai je voor de helderheid.
- Draai de dimmer naar de laagste stand.
- Knipperen de lampen? Verhoog de MIN-stand langzaam met een kleine, geïsoleerde schroevendraaier, tot het licht stabiel is.
- Is het licht al stabiel? Verlaag de MIN-stand dan voorzichtig, tot net voor het punt waarop de lampen gaan knipperen.
- Heeft je dimmer ook een MAX-afstelling en knipperen de lampen bij de hoogste stand? Verlaag de MAX-stand dan een beetje, tot het licht stabiel is.
Raak alleen de afstelschroef aan. Er staat spanning op de dimmer. De richting waarin je draait verschilt per merk, dus lees de handleiding. Laat de lampen een paar minuten branden en controleer daarna nog eens de laagste stand.
Test en maak de dimmer af
Zet de groep opnieuw uit voordat je het afdekraam monteert, zodat je geen spanningvoerende delen raakt. Klik of schroef het afdekraam vast en zet de bedieningsknop erop. Controleer of je bestaande afdekraam past, anders gebruik je het meegeleverde exemplaar of de hulpstukjes die bij je dimmer zitten.
Zet de groep weer aan en doe een eindtest. Dim langzaam over het hele bereik, schakel aan en uit en schakel in een wisselschakeling vanaf beide plekken. Dimmers met een geheugenfunctie, zoals de Oslo, onthouden de laatste stand wanneer je ze uit en weer aanzet.
Een goede MIN-afstelling is het verschil tussen een dimmer die werkt en een dimmer die irriteert.
LED verlichting aansluiten op je dimmer: lampen en trafo’s
Je sluit LED-verlichting aan op een dimmer door de dimmer altijd aan de 230 volt-kant te plaatsen, vóór een eventuele trafo of driver, en door alle lampen parallel te schakelen. Dat is de basis voor elke combinatie van lampen en dimmer.
Parallel schakelen en de dimmer voor de trafo
Sluit meerdere lampen op één dimmer parallel aan en nooit in serie. Zo krijgt elke lamp dezelfde spanning en blijft het licht stabiel. Wil je 12 volt-spots dimmen, plaats de dimmer dan voor de trafo, aan de 230 volt-kant. Je hebt dan een dimbare trafo nodig. Let bij 12 volt-spots ook of ze op wisselspanning of gelijkspanning werken, zodat je trafo daarbij past.
Mix liever geen lampen van verschillende merken of soorten op één dimmer. Elke lamp heeft een eigen driver en gedraagt zich anders op de laagste stand. Je ziet dan dat de ene lamp feller blijft branden dan de andere. Dat ligt dan aan de lamp en niet aan de dimmer.
Ledstrips, slimme lampen en snoerverlichting
Niet elke LED-verlichting sluit je op een inbouwdimmer aan.
| Situatie | Wat je nodig hebt |
|---|---|
| Dimbare 230 volt-spots of -lampen | Inbouwdimmer in de wand, meestal fase-afsnijding |
| 12 volt-spots met trafo | Dimbare trafo, dimmer vóór de trafo |
| Ledstrip met driver | Dimbare driver, dimmer vóór de driver. Of een speciale dimmer op de 12 of 24 volt-kant |
| Lamp met snoer of stekker | Snoerdimmer of stekkerdimmer, geen inbouwdimmer |
| Slimme lamp (wifi, app) | Dimmen via de app, een muurdimmer ervoor is geen goed idee |
Een slimme lamp is afhankelijk van zijn eigen besturing. Laat de wandschakelaar daarom aan staan en bedien de lamp via de app of een slimme schakelaar. De Wifi LED dimmer die wij verkopen, regelt dimbare lampen op de gewone manier.
De dimmer hoort altijd aan de 230 volt-kant, vóór elke trafo of driver, en alleen met dimbare lampen.
Problemen na het inbouwen van de dimmer oplossen
De meeste storingen na het inbouwen hebben drie oorzaken: de lamp is niet dimbaar of past niet bij de dimtechniek, de MIN-stand is niet goed afgesteld, of de belasting klopt niet. Loop eerst de lijst hieronder langs voordat je draden gaat omwisselen.
Veelvoorkomende klachten
| Klacht | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Knipperen op de laagste stand | MIN te laag afgesteld | MIN-stand bijstellen |
| Knipperen of stroboscoop over het hele bereik | Verkeerde dimtechniek of niet-dimbare lamp | Controleer lamp en dimtechniek, probeer fase-afsnijding |
| Dimmer bromt | Belasting te laag of verkeerde dimtechniek | Controleer minimale belasting en vermogen |
| Lampen gloeien na uitzetten | Restspanning of inductie, vaak bij wisselschakeling | Andere lampen proberen of een ontstoringscondensator toepassen |
| Dimmer wordt warm en slaat uit | Te veel vermogen aangesloten | Totaal vermogen opnieuw berekenen, lampen verminderen of een zwaardere dimmer kiezen |
| Eén lamp blijft feller bij laagste stand | Verschillende lamptypen of drivers | Gebruik dezelfde lampen op één dimmer |
| Stopcontact of tweede lichtpunt valt uit | Een doorgelust draad is niet aangesloten | Draden controleren, zo nodig lasklem toepassen |
Wanneer je een installateur inschakelt
Bel een installateur als je een kruisschakeling hebt, draden hebt die je niet kunt thuisbrengen of oude kleuren aantreft waarvan je de betekenis niet zeker weet. Ruik je een verbrande geur of voelt de dimmer heet aan, zet dan de groep uit en laat het controleren. Veiligheid gaat voor zuinig klussen.
Kom je er met je combinatie van lampen en dimmer niet uit? De lichtspecialisten van Letsleds denken graag mee. Je bereikt ze op 0486 750 438 of via info@letsleds.nl. In de showroom aan de Palenrij 4 in Zeeland kun je maandag tot en met vrijdag van 08:00 tot 17:00 binnenlopen, zonder afspraak.
Twijfel je over een draad, stop dan. Een installateur is goedkoper dan een doorgebrande groep.
Aan de slag met je dimmer
Een LED dimmer inbouwen komt neer op vijf stappen: spanningsvrij maken, de oude schakelaar eruit halen, de draden aansluiten, de dimmer monteren en afstellen. Daarvoor moet je lamp wel dimbaar zijn, moet de dimtechniek kloppen en moet het vermogen binnen de grenzen van de dimmer blijven. Bij 2 draden gaat de bruine draad op de L en de zwarte op het golfje, bij 3 draden komt de tweede schakeldraad op de tweede golfaansluiting.
Wil je niet alleen één groep dimmen, maar je hele verlichting opnieuw opzetten? Dan helpt een plan vooraf. Vraag een gratis lichtplan op maat aan bij de lichtspecialisten van Letsleds. Zij adviseren je over het aantal lampen, de plek en de dimmers die daarbij passen.






